Saldering stopt op 1 januari 2027 — wat regel je vóór de jaarwisseling?
Op oudejaarsnacht om twaalf uur gebeurt er met je zonnepanelen niets. Het is donker, ze leveren nul watt, en dat doen ze op 1 januari tot een uur of negen nog steeds. Toch is elke kilowattuur die je daarna aan het net levert in één klap een stuk minder waard. Wat er precies verandert, wat het een gewoon huishouden kost, en vijf dingen die je dit najaar nog kunt nagaan.
Wat er op 1 januari verandert
Salderen is wegstrepen. Alles wat je in een jaar aan het net levert, gaat af van wat je in datzelfde jaar afneemt, en over het weggestreepte deel betaal je niets: geen leveringstarief, geen energiebelasting, geen btw. Je zomeroverschot betaalt zo je winterverbruik, en wie precies genoeg panelen heeft, eindigt op nul kilowattuur.
Vanaf 1 januari 2027 worden die twee stromen los van elkaar afgerekend. Voor alles wat je afneemt betaal je het volle tarief, inclusief belasting. Voor alles wat je teruglevert krijg je een vergoeding. Dat geldt voor iedereen tegelijk, ook als je een vast contract hebt dat doorloopt tot in 2027. De regeling is wettelijk en hangt niet aan je contract.
Eén ding verandert niet, en daar draait de rest van dit stuk om. Stroom die je opwekt en op hetzelfde moment zelf verbruikt, komt nooit langs je meter. Daar betaal je geen belasting over en je leverancier ziet hem niet. Dat was al zo en dat blijft zo.
Wat een teruggeleverde kilowattuur nog opbrengt
De wet legt een bodem onder de vergoeding: tot 1 januari 2030 moet je leverancier minstens vijftig procent betalen van het kale leveringstarief. Kaal betekent hier, in de woorden van de ACM, de prijs die je betaalt zonder energiebelasting en btw. Het is dus de helft van het kleinste stuk van je tarief.
Een voorbeeld maakt dat concreet. Stel dat je all-in ongeveer 26 cent per kWh betaalt. Daarvan is ruim elf cent energiebelasting inclusief btw; het kale leveringstarief is in dit voorbeeld twaalf cent. De helft daarvan is zes cent. Je koopt dus in voor 26 en verkoopt voor minimaal 6.
Daar kunnen nog terugleverkosten af. Die blijven na 1 januari toegestaan, en in de modelcontracten van de ACM staan ze sinds dit jaar als een bedrag per teruggeleverde kilowattuur. Volgens de Rijksoverheid mogen het alleen kosten zijn die de leverancier maakt om jouw stroom te verwerken. De ACM waarschuwt er op haar consumentenpagina wel bij dat de terugleverkosten soms hoger uitvallen dan de vergoeding. De vijftig procent is dus een bodem onder de vergoeding, niet onder wat je er netto aan overhoudt.
Na 2030 vervalt ook dat minimum. Dan staat er in de wet alleen nog dat de vergoeding redelijk moet zijn.
De rekensom voor een gewoon dak
Terugleverkosten zitten niet in dat verschil, want die betaal je bij de meeste leveranciers nu ook al. Ze bepalen wel wat een teruggeleverde kilowattuur waard is. Rekent je leverancier drie cent — een getal dat ik als voorbeeld neem — dan blijft er van de zes cent drie over.
Ik reken hier met de energiebelasting van 2026. Het tarief voor 2027 ligt bij het schrijven van dit stuk nog bij de Kamer.
Je contractjaar wordt in tweeën geknipt
Bijna niemand heeft een contractjaar dat op 1 januari begint. Loopt het jouwe over de jaarwisseling heen, dan wordt het in twee stukken afgerekend. Zonneplan rekent het zijn klanten zo voor: een contractjaar van mei 2026 tot mei 2027 bestaat uit acht maanden met saldering en vier maanden zonder. Vraag bij je eigen leverancier na hoe die het doet. Ik heb het niet van elke partij kunnen nagaan.
Het praktische gevolg zit in je termijnbedrag. Dat is nu gebaseerd op een jaar waarin je zomer je winter betaalt. Zonder saldering betaal je de wintermaanden volledig en komt er in de zomer een bescheiden bedrag terug. Past je leverancier het termijnbedrag niet zelf aan, dan zie je het verschil pas op de jaarafrekening, in één keer.
Wat je dit najaar nog kunt nagaan
- Zoek drie getallen op. Je jaarlijkse afname en teruglevering staan op je jaarafrekening en in de app van je leverancier of netbeheerder. Je opwek staat in de app van je omvormer. Opwek min teruglevering is wat je zelf direct verbruikt. Zonder die getallen is elke rekensom, ook de mijne, een gok.
- Lees wat je leverancier per 1 januari gaat rekenen. Het gaat om twee bedragen: de terugleververgoeding en de terugleverkosten, allebei per kWh. Volgens de ACM mag een leverancier bij een vast tarief je terugleververgoeding niet tussentijds wijzigen. Past hij de voorwaarden aan vanwege het einde van de saldering, dan mag je kosteloos overstappen.
- Controleer je termijnbedrag. Verhoog het zo nodig zelf. Een te laag voorschot is geen besparing.
- Verschuif wat vanzelf kan. Elke kilowattuur die je zelf verbruikt in plaats van teruglevert, is in het voorbeeld 26 min 6 is 20 cent waard. Warm tapwater en de auto zijn de grote posten; hoe je die stuurt, staat in het stuk over laden en de warmtepomp. De vaatwasser met een timer telt ook mee, maar minder dan je hoopt.
- Kijk of je omvormer kan afregelen. Dat is vooral van belang met een dynamisch contract, en daarover gaat het volgende kopje.
Over punt vier moet ik eerlijk zijn. Wie zonder auto of warmtepomp zijn eigen verbruik van 30 naar 45 procent weet te krijgen, verschuift in het voorbeeld 525 kWh. Dat is 105 euro per jaar. De overige 385 euro ben je gewoon kwijt.
Vast of dynamisch met panelen?
Met een vast of variabel contract krijg je voor elke teruggeleverde kilowattuur hetzelfde bedrag, ongeacht het moment, en betaal je daar terugleverkosten over. Dat is voorspelbaar en vraagt niets van je.
Met een dynamisch contract krijg je de marktprijs van het moment. Het probleem is dat jouw panelen leveren op dezelfde uren als alle andere panelen in Nederland, en dat de prijs juist dan het laagst is. Op zonnige middagen is hij geregeld negatief, en dan betaal je voor wat je teruglevert. Daar staat tegenover dat aanbieders als Frank Energie en Zonneplan op hun eigen site melden dat ze geen terugleverkosten rekenen.
Mijn vuistregel: dynamisch past bij panelen als je kunt sturen. Dat betekent een auto, een boiler of een warmtepomp die de middagzon opmaakt, en een omvormer die stopt met terugleveren zodra de prijs onder nul zakt. Kun je dat niet, dan ben je met een vaste vergoeding en lage terugleverkosten waarschijnlijk beter uit. De Consumentenbond zegt er terecht bij dat het contract met het laagste stroomtarief voor een huishouden met panelen niet vanzelf het goedkoopste is. Vergelijk dus op de totale jaarkosten, met je eigen drie getallen.
Wie het precies wil weten, komt uit bij kwartierdata. Met een P1-koppeling zie je per kwartier wat je teruglevert, en via SlimHuys welk tarief daar op dat moment bij hoort. Pas dan vergelijk je met je eigen profiel in plaats van met een gemiddeld huishouden.
Wat ik niet zou doen
Voor 31 december nog snel een thuisbatterij kopen. Er is niets aan die datum waardoor een batterij daarna duurder of slechter wordt. De som verandert wel, en die heb ik eerder uitgeschreven. De conclusie daarvan staat nog: meet eerst een paar maanden wat je werkelijk teruglevert, en koop daarna.
De panelen uitzetten of eraf halen. Elke kilowattuur die je zelf verbruikt, bespaart nog steeds het volle tarief. Milieu Centraal rekent ook voor de jaren na 2027 met een jaarlijkse besparing voor een gemiddeld dak. Die is kleiner dan je gewend was, maar niet nul.
Panelen bijleggen nu het nog kan. Extra panelen leveren vooral op de uren waarop je al over hebt. Wat ze toevoegen is bijna helemaal teruglevering, tegen een paar cent.
Conclusie
Het grootste deel van wat je verliest, win je niet terug met slim gedrag. In mijn voorbeeld is dat ruim driekwart, tenzij er een auto of een boiler is die de middagzon kan opmaken. Wat je deze maanden wel in de hand hebt, is of het je overvalt: weet wat je teruglevert, weet wat je leverancier daar vanaf januari voor rekent, en zorg dat je termijnbedrag klopt. Meer zit er voor de meeste daken niet in, en dat lees je liever nu dan op je jaarafrekening.