Robin Bohnen Contact →
Robin Bohnen/Journal/Waarom meer access points je wifi slechter maken

Waarom meer access points je wifi slechter maken

Vier access points in een rijtjeshuis, allemaal op vol vermogen, en de telefoon op de bank hangt met één streepje aan het exemplaar op zolder. Slechte wifi komt vaker door te veel zenders dan door te weinig: ze staan te hard, de kanalen zijn te breed, of er zit er een tussen zonder kabel. Wat er in de lucht gebeurt, en in welke volgorde je het oplost.

Wifi is één gesprek tegelijk

Op een wifi-kanaal kan maar één apparaat tegelijk zenden. Alle andere apparaten die dat kanaal horen, wachten op hun beurt. Dat geldt ook voor access points onderling: twee AP's op hetzelfde kanaal die elkaar kunnen horen, delen samen de zendtijd van één kanaal. Je hebt dan twee zenders en de capaciteit van één.

Op 2,4 GHz is dat bijna niet te vermijden. Die band heeft in de praktijk drie kanalen die elkaar niet overlappen: 1, 6 en 11. Het signaal gaat bovendien makkelijk door muren en vloeren heen. Hang in een gewoon huis vier access points op en er zitten er altijd twee op hetzelfde kanaal die elkaar luid en duidelijk horen, plus de routers van de buren aan weerszijden.

Elk extra access point voegt dus dekking toe en neemt tegelijk zendtijd af van de rest. Tot een bepaald aantal weegt het eerste zwaarder. Daarna het tweede.

Je telefoon kiest, niet het access point

Met welk access point een apparaat verbindt, beslist het apparaat zelf. Het netwerk kan aanwijzingen geven, maar de telefoon, laptop of printer bepaalt. De meeste zijn daar lui in: ze blijven bij het access point waar ze mee begonnen zolang het signaal goed genoeg is.

Staan alle access points op vol vermogen, dan is het signaal overal goed genoeg. Je loopt met je telefoon van zolder naar de woonkamer en hij blijft hangen aan het access point op zolder, met één streepje, terwijl er drie meter verderop een aan het plafond hangt. Dat is de opstelling uit de inleiding, en er is niets aan kapot. Alles doet wat het is ingesteld te doen.

Het vervelende is dat zo'n apparaat niet alleen zichzelf benadeelt. Een verbinding op grote afstand werkt met een lage datasnelheid, en hetzelfde filmpje kost dan veel meer zendtijd. Die zendtijd gaat af van iedereen die op dat access point zit.

Het access point schreeuwt, je telefoon fluistert

De streepjes op je scherm laten zien hoe hard jouw telefoon het access point hoort. Ze zeggen niets over de andere kant: hoe goed het access point jouw telefoon hoort. En een telefoon zendt met zijn kleine antenne en zijn accu een stuk zachter dan een access point op vol vermogen.

Zet je het zendvermogen hoog, dan maak je het gebied waarin apparaten het access point horen groter dan het gebied waarin het access point hen nog kan verstaan. In die buitenste ring heb je volle streepjes en een verbinding die hapert. Het access point zachter zetten trekt die twee gebieden weer naar elkaar toe. Het voelt als een stap terug, maar het lost dit probleem op.

Brede kanalen: snel op de doos

De snelheden op de verpakking gaan uit van brede kanalen: 80 of 160 MHz, bij WiFi 7 zelfs 320. Een breed kanaal is een aantal smalle kanalen aan elkaar geplakt, en de band wordt er niet groter van.

De 5 GHz-band heeft in Europa negentien kanalen van 20 MHz. Maak je ze 80 MHz breed, dan blijven er vier over. Drie van die vier liggen in het deel van de band dat wifi deelt met radar. Een access point dat daar radar hoort, moet het kanaal verlaten, en alle apparaten erop verliezen even hun verbinding. Wie dat wil vermijden, houdt precies één kanaal van 80 MHz over. Vier access points op 80 MHz zonder radarkanalen zitten dus alle vier op hetzelfde kanaal. Met 40 MHz zijn het er negen, waarvan twee buiten het radardeel.

De 6 GHz-band, waar WiFi 6E en WiFi 7 gebruik van maken, is in Europa 480 MHz breed. Daar past precies één kanaal van 320 MHz in. Voor één access point in een vrijstaand huis is dat prachtig. Voor een pand met meerdere access points betekent het dat ze allemaal dezelfde lucht delen.

Het access point zonder kabel

De snelste manier om een dode hoek op te lossen is er een access point bij zetten dat draadloos met de rest verbindt. UniFi kan dat en het werkt direct. Maar zo'n access point moet alles wat het ontvangt nog een keer door de lucht doorsturen naar een access point dat wel een kabel heeft. Doet het dat op hetzelfde kanaal als waarop het zijn eigen apparaten bedient, dan halveert de doorvoer ruwweg, en het belast ook nog het access point waar het aan hangt.

Een access point zonder kabel is daarmee geen extra access point maar een versterker. Voor een tuinhuis of een tijdelijke oplossing is dat prima. In een kantoor of als vaste oplossing in huis geldt bij ons één regel: naar elk access point loopt een kabel.

Wat wel werkt, in deze volgorde

In de praktijkgids schreef ik dat twee middelmatige access points beter zijn dan één topmodel in het midden van het pand. Daar sta ik nog achter. Dit stuk gaat over wat er gebeurt bij nummer vier en vijf, en over wat je moet instellen om van twee access points ook twee aparte cellen te maken.

  1. Eerst de plek, dan het aantal. Een access point hoort waar de mensen zitten: aan het plafond van de woonkamer of de kantoortuin, niet in de meterkast of de gang. Eén per verdieping blijft het uitgangspunt, omdat een betonvloer meer tegenhoudt dan welke binnenmuur ook.
  2. Zendvermogen omlaag. In UniFi stel je dat per access point en per band in. Zet 2,4 GHz op laag en 5 GHz op gemiddeld, en kijk wat er gebeurt. Het doel is dat de cellen elkaar net overlappen.
  3. Kanalen smaller. 2,4 GHz altijd op 20 MHz. 5 GHz op 40 MHz zodra je drie of meer access points hebt. Bewaar 80 MHz voor een pand met één of twee access points en weinig buren.
  4. Kanalen vastzetten. Verdeel 2,4 GHz met de hand over 1, 6 en 11, en zorg dat access points die elkaar horen op 5 GHz elk een eigen kanaal hebben. Met vier of meer access points kun je 2,4 GHz op de helft uitzetten, meestal zonder dat iemand het merkt.
  5. Eén eruit halen. Blijft het rommelig, trek dan van het access point dat het minst toevoegt de kabel eruit en meet opnieuw. Het is de stap die niemand wil proberen, juist omdat er voor dat access point betaald is.
  6. Pas dan de hulpmiddelen. UniFi kent een minimum-RSSI per access point: zakt een apparaat onder een signaalgrens, dan wordt de verbinding verbroken zodat het een beter access point moet zoeken. Dat helpt tegen plakkers en het is een bot instrument. Een apparaat aan de rand van het pand dat geen alternatief heeft, wordt er steeds opnieuw afgegooid. Zet de grens ruim, rond −75 dBm, en alleen op access points die een buurman hebben. Sinds versie 9.2 van UniFi Network is er ook een Roaming Assistant die apparaten vraagt te verhuizen in plaats van ze eraf te gooien.

Meten in plaats van gokken

UniFi laat per apparaat zien aan welk access point het hangt en met welke signaalsterkte. Loop een rondje met je telefoon en kijk achteraf in de lijst met clients. Hangt de laptop op de eerste verdieping aan het access point in de keuken, dan weet je waar je moet beginnen.

Als richtgetal: op de plekken waar mensen werken wil je op 5 GHz een signaal van −67 dBm of beter. Is het overal −45, dan staan je access points te hard of hangen ze te dicht op elkaar. Kijk daarnaast naar de bezetting per kanaal. Een kanaal dat voor de helft vol zit terwijl niemand iets doet, deel je met een ander access point of met de buren.

Wie nog moet beginnen, kan het vooraf laten doorrekenen. Met de WiFi-planner van NetwerkBouwer teken je je plattegrond in en simuleer je de dekking. Dat vervangt het meten achteraf niet, maar het voorkomt dat je een access point te veel koopt.

Wat het kost

Minder en zachter heeft een prijs. Hoeken die het net deden op een schreeuwend access point, doen het daarna niet meer. Het tuinhuis, de garage en het terras komen aan het licht als plekken die een eigen access point met een eigen kabel nodig hebben. Dat is eerlijker dan doen alsof ze dekking hadden, maar het is wel werk, en meestal graafwerk.

Het afstellen zelf kost ook tijd. Een avond rondlopen, aanpassen en opnieuw meten is normaal, en na een verbouwing of een nieuwe buurman kan het opnieuw nodig zijn. Voor een huis met één of twee access points zou ik er niet aan beginnen. Daar doen de automatische instellingen het goed genoeg. Dit verhaal begint bij drie.

Conclusie

Slechte wifi in een pand met veel access points is bijna nooit een tekort aan hardware. Het is te veel vermogen, te brede kanalen of een access point zonder kabel. De oplossing kost geen geld, en dat maakt hem lastig te verkopen, ook aan jezelf: zachter zetten, smaller maken en soms een access point weghalen. Kijk daarna pas of er werkelijk ergens een bij moet, en trek er dan een kabel naartoe.

Vraag over je eigen pand? Mail me of bekijk NetwerkBouwer.