Robin Bohnen Contact →
Robin Bohnen/Journal/GRIP-procedure uitgelegd

GRIP-procedure uitgelegd — van GRIP 1 tot GRIP Rijk

Bij elke grote brand of crisis hoor je het op het nieuws: "het incident is opgeschaald naar GRIP 2". Voor wie buiten de hulpverlening staat is dat een raadselachtige term. Een uitleg vanuit de informatiemanagement-kant.

Wat is GRIP?

GRIP staat voor Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings­procedure. Het is de Nederlandse opschalings-procedure waarmee bij grote of complexe incidenten extra coördinatie wordt opgetuigd. De doctrine wordt onderhouden door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). GRIP is geen kwalificatie van hoe erg het incident is — het zegt iets over wélke gremia bij elkaar gaan zitten om de coördinatie te regelen.

Een groot uitslaande woningbrand kan GRIP 1 zijn (alleen plaatsincident-coördinatie nodig). Een grote stroomstoring zonder slachtoffers kan GRIP 3 zijn omdat er bestuurlijke beslissingen nodig zijn over evacuatie. Dat is op het eerste gezicht tegen-intuïtief.

In één zin
GRIP gaat niet over hoe erg een incident is, maar over welke organisaties bij elkaar moeten om het te coördineren.

De gremia waar het om draait

Voordat we naar de niveaus gaan, eerst de vier gremia die in de GRIP-structuur voorkomen:

  • CoPI — Commando Plaats Incident. Op de incidentlocatie zelf. Onder leiding van een Leider CoPI. Stemt brandweer, politie, ambulance en eventueel andere partners (gemeente, defensie, GGD) operationeel af.
  • ROT — Regionaal Operationeel Team. Op afstand, meestal in een Regionaal Coördinatie Centrum (RCC). Onder leiding van een Operationeel Leider. Verzorgt regionale coördinatie en ondersteuning richting CoPI.
  • GBT — Gemeentelijk Beleidsteam. Op gemeentehuis. Voorgezeten door de burgemeester. Voor bestuurlijke besluitvorming in één gemeente.
  • RBT — Regionaal Beleidsteam. Op regionaal niveau, voorgezeten door de voorzitter van de Veiligheidsregio. Voor bestuurlijke besluitvorming over meerdere gemeenten.

De GRIP-niveaus

— GRIP 1

Operationele coördinatie op de incidentlocatie

Er is afstemming nodig tussen meerdere hulpdiensten op de plaats van het incident. Het CoPI wordt opgestart. Voorbeeld: een woningbrand met slachtoffers, waarbij brandweer, ambulance en politie elkaar in de weg kunnen gaan zitten als er niemand de regie pakt.

— GRIP 2

Bron- én effectgebied vragen coördinatie

Het incident heeft een gebied buiten de plek waar het gebeurt waar effect optreedt: rookpluim, evacuatie, kettingbotsing met ver weg gevolgen. Naast het CoPI wordt nu ook het ROT actief, dat de afstemming met partners op regionaal niveau verzorgt en zorgt dat het CoPI ondersteund wordt.

— GRIP 3

Bestuurlijke besluitvorming in één gemeente

Er moeten bestuurlijke beslissingen genomen worden: opvanglocaties openen, een grootschalige evacuatie afkondigen, scholen sluiten, communicatie richting de bevolking via de burgemeester. Naast CoPI en ROT komt nu het GBT bij elkaar onder voorzitterschap van de burgemeester.

— GRIP 4

Bestuurlijke coördinatie over meerdere gemeenten

Het effect strekt zich uit over meer dan één gemeente. Er moeten op regionaal niveau besluiten worden genomen. Het RBT komt bij elkaar onder voorzitterschap van de voorzitter van de Veiligheidsregio. Voorbeeld: een grote chemische brand waarbij meerdere gemeenten evacuatie- of communicatie-besluiten nodig hebben.

— GRIP 5

Coördinatie tussen meerdere veiligheidsregio's

Het incident overstijgt de grenzen van één Veiligheidsregio. Een bronregio neemt de coördinatie, ondersteund door effectregio's. Voorbeeld: een grote stroomstoring die meerdere regio's tegelijk treft, of een ernstige overstroming.

— GRIP Rijk

Coördinatie op nationaal niveau

De crisis vraagt om besluitvorming op landelijk niveau. De Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb) en/of het Nationaal Crisiscentrum (NCC) coördineren. Voorbeelden uit de afgelopen jaren: de coronapandemie, grote IT-uitval bij hulpdiensten, de toeslagenaffaire-bestuurlijk.

Hoe wordt opgeschaald?

Opschalen kan in principe door iedere Officier van Dienst ter plaatse (Brandweer, Politie of GHOR), of door de calamiteitencoördinator van de meldkamer. Bij grotere niveaus wordt de Leider CoPI, Operationeel Leider of de burgemeester ingeschakeld.

Het is een belangrijk uitgangspunt: liever te vroeg opschalen dan te laat. Afschalen is altijd makkelijker dan halverwege opschalen, want dan moet je gremia opstarten terwijl je incident al loopt — dat kost kostbare tijd.

De rol van Informatiemanagement (IM)

Een ondergewaardeerde rol in elk gremium: de Informatiemanager (IM). Deze is verantwoordelijk voor het bijhouden van het gedeelde situatiebeeld in LCMS (Landelijk Crisis Management Systeem). Een goed situatiebeeld voorkomt dat het ROT iets anders denkt dan het CoPI, of dat het GBT besluiten neemt op verouderde info.

Zelf vervul ik deze rol periodiek voor het CoPI en ROT bij Veiligheidsregio Brabant-Noord. In de praktijk betekent het: typen, vragen stellen, navragen, valideren, weer typen. Niet glamoureus, wel essentieel.

Hoe je het zelf kunt volgen

Opschalingen worden in veel gevallen via P2000 gecommuniceerd: "GRIP 2 brand industrieterrein...". Op GrootIncident verzamelen we deze opschalingen automatisch — per provincie, met chronologische tijdlijn en gemodereerde foto's van getuigen. De iOS-app stuurt push-notificaties bij GRIP-opschalingen.

Conclusie

De GRIP-procedure is een coördinatie-mechanisme, geen ernst-indicator. GRIP 1 op de hoek van de straat kan voor een buurt ingrijpender voelen dan een GRIP 3 stroomstoring elders in het land. Maar het systeem zorgt ervoor dat bij élk incident — klein of groot — de juiste mensen rond de juiste tafel zitten, op het juiste moment.