Waarom ik mijn platforms op eigen hardware draai in plaats van de hyperscaler
112Radar, SlimHuys, KorpsApp en GrootIncident draaien niet op AWS of Azure, maar op servers die ik zelf bezit, in Nederlandse datacenters. Dat is tegen de tijdgeest in. Hier is de eerlijke afweging: wat het oplevert, wat het kost, en wanneer ik het juist níét zou doen.
De reflex is "ga naar de cloud"
Vraag een willekeurige architect waar je een nieuw platform host en het antwoord rolt er automatisch uit: een hyperscaler. Schaalbaar, geen hardware-gedoe, je betaalt alleen wat je gebruikt. Voor heel veel situaties is dat ook gewoon het juiste antwoord. Maar het is een reflex geworden, en reflexen verdienen het om af en toe tegen het licht gehouden te worden.
Mijn platforms hebben een paar eigenschappen die de rekensom anders maken. Ze draaien permanent — P2000-data komt 24/7 binnen, dynamische stroomprijzen ook. Ze verwerken veel maar voorspelbaar verkeer. En ze gaan over data die ik liever niet zomaar over de oceaan stuur. Dat is precies het profiel waarbij eigen hardware financieel én principieel begint te kloppen.
De kern: betalen voor pieken die je nooit hebt
Het verdienmodel van een hyperscaler is briljant voor wie grillig verkeer heeft: je betaalt per seconde en schaalt mee met de pieken. Maar de keerzijde is dat je óók betaalt voor het gemak om te kunnen pieken, ook als je piek voorspelbaar en bescheiden is. Voor een platform dat dag en nacht een stabiele stroom data verwerkt, betaal je in feite een verzekeringspremie tegen een ramp die nooit komt.
De grootste verrassing in cloudrekeningen zit zelden in de rekenkracht. Die zit in egress — de kosten om data je eigen platform uít te sturen — en in beheerde diensten die per request of per GB tikken. Een API die miljoenen P2000-meldingen en kaart-tiles uitserveert, raakt precies die teller. Op eigen hardware met eigen bandbreedte is uitgaand verkeer een vast bedrag, geen variabele die je 's nachts wakker houdt.
De afweging, eerlijk naast elkaar
- Direct schaalbaar bij onverwachte pieken
- Geen hardware-investering vooraf
- Beheerde diensten besparen werk
- Kosten lopen op met verkeer en egress
- Data en afhankelijkheid liggen bij de leverancier
- Vendor lock-in via propriëtaire diensten
Datasoevereiniteit is geen bijzaak
Ik kom uit de informatiebeveiliging — ik was tot voor kort CISO bij een Veiligheidsregio. Dat kleurt hoe ik naar hosting kijk. Mijn platforms raken aan hulpdienstdata en aan gegevens van brandweerkorpsen. Bij dat soort data is "waar staat het fysiek en onder welke jurisdictie valt het" geen vinkje voor de compliance-afdeling, maar een ontwerpkeuze.
Met eigen apparatuur in Nederlandse datacenters is het antwoord simpel: de data staat hier, valt onder Nederlands en Europees recht, en is niet onderworpen aan buitenlandse wetgeving die een overheid elders toegang zou kunnen geven. Voor een commerciële app is dat een nuance; voor data die met de hulpverlening te maken heeft, is het een uitgangspunt. Daarom draait alles op CloudVikings — mijn eigen infrastructuur, op eigen hardware, in datacenters in Nederland.
Wat self-hosting je écht kost
Hier moet ik eerlijk zijn, want self-hosting wordt online vaak geromantiseerd. De maandrekening is lager, ja. Maar je ruilt een variabele rekening in voor een vaste verantwoordelijkheid. De dingen die een hyperscaler onzichtbaar voor je doet, doe je nu zelf:
- Redundantie. Eén server is geen platform. Je hebt failover, redundante voeding en netwerk, en een plan voor als een schijf of een hele node uitvalt.
- Back-ups die je hebt getest. Een back-up die je nooit hebt teruggezet, is een aanname, geen back-up. Dit is werk dat je structureel moet inplannen.
- Patchen en monitoren. Beveiligingsupdates, certificaten, capaciteitsbewaking — het stopt nooit, en niemand stuurt je een herinnering.
- Bereikbaarheid. Als het om 3 uur 's nachts misgaat, ben jij de pieper. Voor mij persoonlijk niet eens zo vreemd, maar het is een reële last.
Dat is geen reden om het niet te doen — het is een reden om het bewust te doen. Als je die verantwoordelijkheid niet kunt of wilt dragen, is de premie die je een hyperscaler betaalt elke cent waard. De fout is niet "cloud" of "bare metal"; de fout is de keuze maken zonder de prijs van beide kanten eerlijk te kennen.
Wanneer ik het juist níét zou doen
Ik ben geen self-hosting-zeloot. Voor klantwerk bij 4base kiezen we regelmatig wél voor managed cloud — namelijk als het verkeer onvoorspelbaar is, als een project een korte time-to-market nodig heeft, of als er simpelweg geen iemand is die de operationele verantwoordelijkheid op zich kan nemen. Een startup die in zes weken moet kunnen tienvoudigen, moet niet aan racks gaan denken.
Het kantelpunt zit hem in drie vragen: is mijn belasting voorspelbaar, draait het permanent, en is wie-beheert-de-data belangrijk? Hoe vaker het antwoord "ja" is, hoe sterker eigen hardware wordt. Voor mijn eigen platforms is het drie keer ja — dus is de keuze niet ideologisch, maar gewoon de rekensom.
Conclusie
"Naar de cloud" is een prima default, maar een default is geen wet. Voor permanente, voorspelbare datastromen waarbij je controle over je data belangrijk vindt, kan eigen hardware in een Nederlands datacenter goedkoper, soevereiner én leuker zijn — zolang je de verborgen kosten met open ogen accepteert. Ik heb die keuze gemaakt, en elke maand dat de rekening stabiel binnenkomt en de data in Nederland blijft, ben ik er blij mee.